Beheer & vergoedingen

Niet alleen de kerngebieden moeten op termijn aan een aantal criteria voldoen om als brongebied voor weidevogels te kunnen fungeren, hetzelfde geldt voor de betrokken agrariërs. Om deel te kunnen nemen en voor (aanvullende) beheervergoedingen in aanmerking te komen, dient de bedrijfsvoering van melkveehouders binnen twee jaar na toetreding aan de de volgende kwaliteitscriteria te voldoen: 

  • Minstens 1 ha plas-dras per 100 ha gedurende het broedseizoen met kruidenrijk grasland aangrenzend. Bij minder dan 100 ha is dat minstens een 0,5 ha.
  • Helft van het waterpeil varieert tussen de 0-40 cm -mv vanaf 15 februari tot 1 juli. 
  • Minstens een vijfde van de percelen wordt gedurende broedseizoen beweid met melk- en/of jongvee, op advies mozaïkregisseur. Voor- en naweiden ook afstemmen met mozaïk-/beheerregisseur.
  • Minimaal 30% kruidenrijk grasland met inheemse kruiden en/of latere/tragere grassen
  • Rustperiode tijdens broedseizoen (15 maart – 1 juli) op minimaal helft van de percelen.
  • Bemesten met vaste mest/fractie op percelen kruidenrijk grasland en uitgesteld maaibeheer. Voorjaar minimale bemesting.

    De duurzaamheid van dit beheer wordt geborgd door langdurige beheerovereenkomsten af te sluiten. De inzet is om deze contracten voor minimaal 12 jaar af te sluiten. Momenteel wordt dit door de provincies uitgewerkt en is het nog niet mogelijk voor de eerste golf van het Aanvalsplan.   

    Vergoedingen beheer via het ANLB

    Voor de vergoeding voor het beheer zoals voorgeschreven in het Aanvalsplan wordt aangesloten bij de systematiek voor Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLB). Daarbij wordt vooral ingezet  op vergoedingen voor de realisatie van plas-dras en kruidenrijk grasland. De uitvoering gaat via het agrarisch collectief in het Kansgebied. Het collectief verzorgt de aanvraag voor het Aanvalsplan bij de provincie. De provincie is verantwoordelijk voor de regie en uitkeringen. Controle gaat via het stelsel van het ANLB.

    © Aanvalsplan Grutto 2022