Koppelkansen

De aanwezigheid van weidevogels, en hun broedsucces, zegt veel over de staat van het landelijk gebied. Ze hebben een belangrijke signaalfunctie als het gaat om bodemvruchtbaarheid, biodiversiteit,  beschikbaarheid van water en voedsel en de wijze waarop er wordt geboerd. Weidevogelbeheer draagt dan ook vaak bij aan klimaatopgaven, herstel biodiversiteit, natuurinclusieve landbouw, vernatten van het veen, verlagen van de stikstofuitstoot en het herstel van landschapskwaliteit. De inzet van het Aanvalsplan is om op gebiedsniveau opgaven en beschikbare middelen te koppelen en zodoende met dezelfde middelen meer te kunnen bereiken.

Zowel het Rijk als de provincies zetten bij de opgaven in het landelijk gebied dan ook zoveel mogelijk in op zogenaamde integrale beleidsvoering en -uitvoering. Denk daarbij aan het combineren van het veenweidevraagstuk met de inrichting van weidevogelkansgebieden en het herstel van de biodiversteit en landschapskwaliteit.

Ander voorbeeld is de noodzakelijke verduurzaming van de landbouw om de uitstoot van stikstof en uitspoeling van nutriënten te beperken én de bodemvruchtbaarheid te verbeteren. Daarnaast ligt er nog de opgave wat betreft de beschikbaarheid en berging van voldoende (schoon) water in de steeds nattere en drogere perioden die het gevolg zijn van de klimaatverandering.

Door het Aanvalsplan te koppelen aan stikstofuitstoot (zie brief minister), en andere opgaven, zijn er interessante verdienmodellen mogelijk. Deze worden in de eerste golf kansgebieden verder uitgewerkt, zodat ze ook beschikbaar komen voor de tweede en derde golf. Daarbij wordt aangesloten op het komende Nationale Programma voor het Landelijk gebied.

 

© Aanvalsplan Grutto 2022